Maatschap voortgezet na vertrek maat

 in de categorie: Ondernemen & bedrijf

Elk maatschapscontract bevat bepalingen over opzegging en voortzetting. Daarin wordt omschreven wat er met de maatschap moet gebeuren als een van de maten zijn deelname als maat opzegt. Als het zover komt, blijkt maar al te vaak dat maten dergelijke bepalingen verschillend uitleggen.

Wat moet er bijvoorbeeld met de maatschap gebeuren als een vennoot opzegt en de andere vennoten de maatschap niet samen willen voortzetten? Zo kan het gebeuren dat één van hen zich vrij voelt om zijn praktijk buiten de maatschap voort te zetten met medeneming van al zijn cliënten, zonder aan het concurrentiebeding te hoeven voldoen. De vraag is of deze vennoot gehouden kan worden aan de contractverplichting om zijn aandeel aan de overige vennoten aan te bieden.

Om hierop een goed antwoord te vinden, moet aansluiting worden gezocht bij de inhoud van de door partijen gemaakte afspraken en wat partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs van deze afspraken en van elkaar mogen verwachten. Uit de meeste maatschapscontracten zal blijken dat de maatschap door opzegging eindigt. Voor die situatie kan in het contract bepaald worden dat wanneer niemand de maatschap wil voortzetten, zij allen vrij over hun aandeel daarin kunnen beschikken en dat er moet worden verrekend en vereffend. Meestal wordt in het contract ook bepaald dat de uittredende maat verplicht is om zijn aandeel in de maatschap aan de voortzettende vennoten aan te bieden en dat hij gebonden is aan een concurrentiebeding.

Als de maatschap door opzegging is geëindigd, maar deze door de overige vennoten is voortgezet, kan de rechter hieruit afleiden dat zij verrekening en vereffening van het maatschapsvermogen achterwege wilden laten. Het is daarbij wel van belang om te kijken naar de manier waarop zij in het verleden met opzegging/uittreding zijn omgegaan. In een concrete situatie als dit voorbeeld oordeelde de rechter dat een overblijvende vennoot niet vrij is om zijn praktijk buiten de maatschap voort te zetten met medeneming van cliënten, zonder aan het concurrentiebeding te hoeven voldoen. De rechter koos hiermee voor een praktische en maatschappelijk wenselijke oplossing, ondanks het ontbreken van een voortzettingsbeding.

Wilt u meer weten? Wij helpen u graag!

Recente berichten